Evaluatiereglement
Volwassenenonderwijs - secundaire en hogere opleidingen
Evaluatiereglement volgens art. 39 van het decreet Volwassenenonderwijs van 15 juni 2007
1 Inleiding
Een evaluatiereglement wordt opgesteld om het samenleven en studeren in een optimale sfeer te laten verlopen.
2 Evaluatiemodaliteiten
Evaluatie is het resultaat van de continue beoordeling van de studieprestaties en eventueel attitudes voor een opleidingsonderdeel. Het betreft dus een gespreide evaluatie, op verschillende tijdstippen. Kennis en vaardigheden worden getoetst in praktische oefeningen en toepassingen; de evaluatie gebeurt aan de hand van observaties en/of toetsen. De beoordelingscriteria worden afgeleid uit de doelstellingen en leerinhouden van de leerplannen. Enkel in het hoger beroepsonderwijs kan een eindproef worden ingericht. Het gewicht van een eindproef in de totale evaluatie is tweederde van het puntentotaal van de module.
Er is in het secundair onderwijs geen tweede zittijd voorzien.
In het hoger beroepsonderwijs worden per schooljaar slechts 2 zittijden georganiseerd. Tot de tweede zittijd worden enkel niet geslaagde cursisten, die al deelnamen aan de eerste zittijd, toegelaten. In de tweede zittijd vervalt het onderscheid permanente evaluatie en eindproef en wordt er in één evaluatiemoment geoordeeld.
3 De evaluatieorganisatie
3.1 Evaluatietijdstip in het hoger beroepsonderwijs
Een eventuele eindproef gebeurt tijdens de laatste week van een module.
De evaluatiecommissie, die beraadslaagt over de eerste zittijd van een cursist hoger beroepsonderwijs, legt een eventuele tweede zittijd en alle modaliteiten ervan vast.
3.2 Evaluatiedeelname
Om aan de evaluaties te mogen deelnemen, moet een cursist:
- voldoen aan de toelatingsvoorwaarden,
- het cursusgeld betaald hebben,
- door de verificatie als financierbaar zijn aangeduid.
3.3 Afwezigheid of stopzetten van evaluaties
Een cursist die tijdens een evaluatiemoment afwezig is of niet verder deelneemt aan de evaluaties, deelt dit binnen de 48 uur na het evaluatietijdstip mee aan het secretariaat van het CVO. Een cursist kan een geldige reden hebben om op een evaluatie afwezig te zijn. Hij/zij dient dit dan wel te staven door op het secretariaat binnen de 48 uur na het evaluatietijdstip een medisch attest of een ander bewijsstuk in te leveren. In dit geval kan een inhaalproef worden toegestaan. De cursist maakt daarvoor binnen de week na het gemiste evaluatiemoment een afspraak met de evaluerende leerkracht. Wie zich hier niet aan houdt, is ongeldig afwezig. Deze cursist wordt dan automatisch als niet-geslaagd beschouwd voor de evaluatie, waaraan hij niet heeft deelgenomen.
Cursisten die meer dan 50% van de lestijden van een module, gerekend vanaf het moment van inschrijving, afwezig blijven, gewettigd of ongewettigd, worden niet langer toegelaten tot de evaluaties en krijgen onafhankelijk van al eerder behaalde evaluatieresultaten de kwalificatie niet geslaagd voor de betrokken module.
3.4 Inhaalproeven
De directeur kan een cursist toestaan binnen dezelfde zittijd een eindproef af te leggen op een ander tijdstip dan voorzien in punt 3.1. Indien een cursist meent recht te hebben op een inhaalproef, dient hij/zij dit aan te vragen bij de directeur. Inhaalproeven worden steeds binnen de betreffende zittijd, in het centrum en na overleg tussen de directeur en de betrokken leerkracht georganiseerd.
4 Vrijstellingen
4.1 Algemeen
De directeur van het centrum kan vrijstelling van opleidingsonderdelen toestaan. Daartoe wordt eventueel een vrijstellingsproef georganiseerd. Vrijstellingen toegekend door (de directie van) een ander centrum voor volwassenenonderwijs, al of niet op basis van een proef, worden daarbij niet automatisch overgenomen. Elke vrijstelling dient door de directie van het eigen centrum te worden toegekend, eventueel met een (nieuwe) proef.
4.2 Grond voor vrijstelling
- Op grond van een al gevolgde opleiding (waarvan een studiebewijs) erkend door het Departement Onderwijs van de Vlaamse Gemeenschap, die naar niveau, inhoud en omvang in voldoende mate overeenstemt met het opleidingsonderdeel waarvoor vrijstelling wordt aangevraagd.
- Op grond van aantoonbare kennis verworven in een andere opleidings- of vormingsinstelling. De directeur beoordeelt in welke mate de vooropleiding van de cursist overeenstemt met het vrij te stellen opleidingsonderdeel.
- Op grond van beroepservaring.
- Op grond van een proef. Deze proef bepaalt in welke mate de aanwezige kennis en vaardigheden het verlenen van een vrijstelling rechtvaardigen.
4.3 Aanvraagprocedure
De cursist motiveert zijn vrijstellingsverzoek op basis van hoger vermelde gronden en door voorlegging van de stavingsdocumenten bij bovenstaande mogelijkheden. De aanvraag moet om ontvankelijk te zijn gebeuren voor de start van een module. Voor documenten opgesteld in een andere taal dan de Belgische landstalen dient een vertaling door een beëdigd vertaler te worden toegevoegd.
4.4 Antwoordprocedure
De directeur deelt na ontvangst van de stavingsdocumenten en uiterlijk vijftien dagen na de startdatum van de module schriftelijk zijn beslissing mee. De beslissing van de directeur wordt gemotiveerd en opgenomen in het dossier van de cursist.
5 De evaluatiecommissie
5.1 De samenstelling
De directeur richt per opleiding een evaluatiecommissie in. Iedere evaluatiecommissie bestaat uit volgende stemgerechtigde leden:
- de directeur neemt het voorzitterschap waar of, bij diens ontstentenis, een door hem/haar aangewezen lid van de commissie,
- de leden van het onderwijzend personeel, belast met de onderwijsactiviteiten aan de cursist.
Iedere evaluatiecommissie kan bestaan uit de volgende niet-stemgerechtigde leden:
- de secretaris van de evaluatiecommissie,
- externe commissieleden.
De directeur regelt de werking van de evaluatiecommissie en het secretariaat ervan en wijst de secretaris aan.
5.2 Verantwoordelijkheden en bevoegdheden
De evaluatiecommissie beoordeelt het geheel van de evaluatieresultaten van de regelmatig ingeschreven cursist en deelt het behaalde resultaat mee in procent.
5.3 Wijze van beraadslaging
De stemgerechtigde leden van de evaluatiecommissie hebben de plicht de beraadslaging bij te wonen. Een lid van de evaluatiecommissie kan niet deelnemen aan de beraadslaging van deze commissie voor de evaluaties van een bloed- of aanverwant tot en met de vierde graad. Om geldig te beraadslagen moet tenminste de helft van de stemgerechtigde leden van de evaluatiecommissie aanwezig zijn. De commissie neemt haar beslissingen bij unanimiteit van de aanwezige stemgerechtigde leden. Wanneer er geen unanimiteit is, legt de voorzitter de stemming op.
Elk stemgerechtigd lid van de evaluatiecommissie heeft per cursist slechts één stem ongeacht het aantal opleidingsonderdelen waarover hij in het betreffende schooljaar heeft geëxamineerd.
De voorzitter van de commissie formuleert het voorstel waarover de leden zullen stemmen. Geldig stemmen gebeurt door zich, volgens de afgesproken procedure, ondubbelzinnig voor of tegen het voorstel van de voorzitter uit te spreken of door zich te onthouden. Het voorstel van de voorzitter is aanvaard als het meer dan de helft van de uitgebrachte stemmen behaalt. Een onthouding betekent dat men zich neerlegt bij de meerderheid.
Bij staking van stemmen is de stem van de voorzitter doorslaggevend.
De beraadslaging en de stemming van de evaluatiecommissie is geheim. De leden van de commissie zijn tot geheimhouding verplicht.
Het proces-verbaal van de beraadslagingen van de evaluatiecommissie vermeldt de samenstelling ervan en de aanwezigen bij de beraadslagingen. Het bevat bovendien per cursist het globale evaluatieresultaat in procent, de genomen beslissingen over het slagen of het niet slagen. Tenminste de voorzitter en de secretaris van de evaluatiecommissie ondertekenen het proces-verbaal.
5.4 Beslissing van de evaluatiecommissie
Deze gaat over de leerstof van de ganse organisatieperiode en over alle modules waarvoor de cursist ingeschreven is. De evaluatiecommissie verklaart een cursist geslaagd indien deze 50% behaalt per module van een opleiding. De evaluatiecommissie stelt een cursist die niet deelnam aan de opgelegde proeven en hiervoor geen gewettigde reden had, gelijk met een niet-geslaagde cursist.
5.5 Bekendmaking van de evaluatieresultaten
De beslissing van de evaluatiecommissie wordt ten laatste 4 weken na de beraadslaging schriftelijk meegedeeld. Individuele, gedetailleerde evaluatieresultaten worden vanaf dat ogenblik ter beschikking gesteld. Resultaten worden nooit voor de beraadslaging bekendgemaakt.
6 Fraude
Wie betrapt wordt op bedrog tijdens een evaluatie, wordt gehoord door de directeur of zijn/haar vervanger, in aanwezigheid van de toezichthouder. Indien de fraude bewezen wordt geacht door de directeur, krijgt de cursist voor deze evaluatie een nul toegewezen.
7 Beroepsprocedure
7.1 Procedure bij weigering van vrijstelling(en)
Bij een weigering van de directeur over een gevraagde vrijstelling of over een vrijstellingsproef kan de aanvrager binnen de twee werkdagen, volgend op de bekendmaking van de genomen beslissing schriftelijk beroep instellen per adres van de inrichtende macht. Niet tijdig ingediende bezwaarschriften worden onontvankelijk verklaard.
De interne beroepscommissie bestaat uit minstens drie leden van de Raad van Bestuur, de directeur kan er ambtshalve geen lid van uitmaken. Deze commissie behandelt het beroep binnen de vijf werkdagen na ontvangst van de aanvraag, onderzoekt de klacht grondig en hoort de aanvrager. Ter zitting wordt ervan een proces-verbaal opgemaakt dat onverwijld wordt overgemaakt aan de directeur van het CVO. Uiterlijk 2 werkdagen na ontvangst van dit proces-verbaal neemt de directeur een definitieve en duidelijke gemotiveerde beslissing en deelt deze schriftelijk mee aan de aanvrager.
7.2 7.2 Procedure bij betwistingen van de evaluatie
Als een cursist tijdens of onmiddellijk na een evaluatieproef meent dat er tijdens de proef onregelmatigheden zijn gebeurd, dan moet de cursist tot één werkdag na de proef schriftelijk klacht indienen bij de directeur. Deze stelt een onderzoek in en beslist autonoom of het evaluatie moet worden overgedaan. Deze procedure moet binnen de drie werkdagen na ontvangst van de klacht afgehandeld worden.
7.3 Procedure bij vermoede materiële vergissingen na het afsluiten van de beraadslaging
De beslissing die een evaluatiecommissie neemt, is steeds het resultaat van een weloverwogen evaluatie in het belang van de cursist.
Bij eventuele betwistingen van een beslissing van de evaluatiecommissie moet de betrokken cursist uiterlijk binnen de 2 werkdagen volgende op de bekendmaking een persoonlijk onderhoud aanvragen bij de directeur van het centrum. Deze aanvraag kan zowel schriftelijk als mondeling worden gedaan.
Dit onderhoud kan er toe leiden dat:
- De cursist ervan wordt overtuigd dat de genomen beslissing van de evaluatiecommissie gegrond is. Er is geen betwisting meer.
- De directeur oordeelt dat de door de cursist aangebrachte elementen geen nieuwe bijeenkomst van de evaluatiecommissie rechtvaardigen. De cursist is het hier niet mee eens en de betwisting blijft bestaan.
- De directeur oordeelt dat de door de cursist aangebrachte redenen voor betwisting het overwegen waard zijn. De evaluatiecommissie wordt dan opnieuw samengeroepen en de beslissing wordt nogmaals overwogen. Het resultaat van deze bijeenkomst wordt schriftelijk per aangetekende zending aan de cursist meegedeeld.
Als de betwisting blijft bestaan kan betrokkene schriftelijk beroep instellen bij de Raad van Bestuur binnen de 5 werkdagen na bekendmaking van de beslissing met een aangetekend schrijven.
Niet tijdig ingediende bezwaarschriften worden onontvankelijk verklaard.
Een beroepscommissie samengesteld uit minstens 3 leden van de Raad van Bestuur onderzoekt de klacht grondig. De directeur kan ambtshalve geen lid zijn van deze beroepscommissie. De betrokken cursist wordt gehoord door de beroepscommissie waarvan ter zitting een proces-verbaal wordt opgemaakt. Dit proces-verbaal wordt overgemaakt aan de directeur van het centrum, die het op zijn beurt voorlegt aan de samengeroepen betrokken evaluatiecommissie.
De definitieve, duidelijk gemotiveerde beslissing wordt door de directeur vóór de aanvang van het volgende schooljaar, aangetekend aan de betrokken cursist overgemaakt.
7.4 Externe beroepsprocedure
College van beroep bij Vlaamse overheid
Kamer van het Gesubsidieerd vrij onderwijs van het College van Beroep
Afdeling Advies en Ondersteuning Onderwijspersoneel
H. Consciencegebouw
toren C 1ste verdieping
Kon. Albert II-laan 15
1210 Brussel
